Meenemertje 2 - Maanden en schrikkeljaren

 
Alle maanden hebben naast hun officiële naam ook nog één of meer volkse benamingen. Sommige van die namen heeft iedereen wel eens gehoord, terwijl andere benamingen vrijwel alleen bij doorgewinterde zoektochters als parate kennis terug te vinden zijn.
 
De meest gebruikelijke volkse benamingen kregen destijds terecht een plaatsje in het Prisma woordenboek. Spijtig genoeg zien we die benamingen stilaan verdwijnen in de nieuwste uitgaven. In Prisma 42 moesten we al afscheid nemen van de ‘wijnmaand’ en de ‘slachtmaand’, maar voor Prisma 43 werd er pas echt met de grove borstel doorgegaan. Er moest plaats worden gemaakt voor hedendaagse nieuwe woorden zoals ‘googelen’ en ‘skypen’, en bijgevolg werden onder andere de ‘grasmaand’ en de ‘bloeimaand’ in de vergeetput gekieperd.
 
Desondanks blijven de inrichters graag gebruik maken van deze volkse maandnamen, die we intussen als zoektochterfgoed mogen beschouwen. Als vanzelf voelden we een meenemertje opborrelen, zodat iedereen met gelijke wapens kan strijden – zelfs zij die alleen over een recente uitgave van het Prisma woordenboek beschikken.
 
In het meenemertje in bijlage is tussen vierkante haakjes aangegeven in welke uitgave van Prisma de omschrijving voorkomt, bijvoorbeeld [41-] (41ste druk en vroeger) of [42+] (42ste druk en later).
 
Let in dat verband goed op voor de maanden die naar een seizoen vernoemd zijn. Voor de herfst is er geen discussie: als je tijdens een zoektocht in november een vraag aantreft over ‘de laatst verlopen herfstmaand’, wordt er zeker september bedoeld. Daarover zijn alle uitgaven van Prisma het roerend eens. Maar als je op een 1 mei-zoektocht geconfronteerd wordt met ‘de laatst verlopen lentemaand’, dan hangt het juiste antwoord af van de gebruikte Prisma. Als de inrichter de 41ste druk (of ouder) hanteert, wordt er zeker naar maart verwezen. In de 42ste druk is het begrip ‘lentemaand’ ruimer gedefinieerd, zodat april de bedoelde maand blijkt te zijn.
 
Wist je trouwens dat de benaming ‘sprokkelmaand’ niets te maken heeft met het sprokkelen van hout? Het is een verbasterde afleiding van het oude werkwoord ‘sporkelen’, met als betekenis ‘springen’. En dat is precies de verklaring: februari maakt eens in de vier jaar een ‘sprongetje’ van één dag, de welbekende schrikkeldag 29 februari. Dit brengt ons meteen bij één van de meest voorkomende begrippen in zoektochten: het schrikkeljaar. Maar hoe zat de vork ook weer in de steel?
 
Sinds 1582 wordt in onze contreien de gregoriaanse kalender gehanteerd. Hierbij is nagenoeg ieder jaartal dat deelbaar is door 4 een schrikkeljaar, behalve als het deelbaar is door 100. Als kers op de taart is er een uitzondering op die uitzondering: jaartallen deelbaar door 400 zijn toch wel schrikkeljaren.
 
Vóór 1582 werd bij ons de juliaanse kalender gehanteerd, waarbij er geen uitzonderingen waren en ieder jaartal dat deelbaar was door 4 een schrikkeljaar was. Een beetje verwarrend? Uiteraard, waarom dacht je dat inrichters zo verzot zijn op dit kalenderkronkeltje? Het tabelletje in bijlage helpt je het overzicht te bewaren.
 
 

Contact   Sitemap   Privacyverklaring  

© ZVRB ZOEKTOCHTVERENIGING ROS BEIAARD